• De vrijbank werd de laatste jaren gebruikt als woonhuis. De winkeldeur is vervangen door een raam.

Vlees van de vrijbank

PURMEREND De vrijbank had niets te maken met vrijen, maar alles met goedkoop vlees. Het winkelhuis aan de Neckerstraat was voor veel mensen de enige mogelijkheid om af en toe een sudderlapje op tafel te zetten. Purmerenders stonden uren in de rij voor een betaalbaar stukje vlees.

Piet Jonker

Rond 1935 verkocht Jac. de Vries al vlees in de noodslachterij aan de Neckerstraat. Broer Thijs werd in 1948 officieel benoemd tot gemeentelijk noodslachter. De slachterij was een particuliere onderneming met ongeveer vijftienhonderd vaste klanten die via de gemeentesecretarie een genummerde stempelkaart hadden gekregen. Als er vlees beschikbaar was, ging stadsomroeper Van der Velden op de fiets met een grote koperen bel door de stad en riep bij alle kruispunten en stegen luid de nummers van de kaarten die in aanmerking kwamen.

[VOORDRINGEN] De keurmeester kwam meestal op woensdagochtend en de verkoop begon om 14.00 uur. Kinderen werden rond twaalf uur naar de vrijbank gestuurd om in de rij te gaan staan, maar vaak probeerden volwassenen voor te dringen.

Als de kinderen werden afgelost door een ouder stonden ze achteraan in de rij. Boze ouders lieten het kind de voordringer aanwijzen en dan waren de rapen gaar. Als alle klanten met een kaart waren geholpen, konden andere liefhebbers het overgebleven vlees kopen, maar meestal was er niets meer over. Ook paardenvet was een gewild artikel. Het werd gebruikt als bak- en frituurvet. Een buitenkansje was altijd kalfsvlees, maar daar waren meestal veel liefhebbers voor. Mevrouw De Vries verpakte het vlees in vetvrij papier met daar omheen een oude krant, terwijl Thijs meestal mopperend aan het slagershakblok stond vlees te snijden.

De winkel was sober ingericht en geheel betimmerd met asbest. Het uitbenen gebeurde in het slachthuis achter het huis, waar het vlees werd koel gehouden in een houten ijskast. Achter de ijskast was een geheime ruimte waar tijdens de oorlog fietsen werden verborgen voor de Duitsers. In januari 1945 werd de slagerij overvallen, waarbij de daders verdwenen met een partij varkens- en schapenvlees.

[KILOSLAGERIJ] In 1967 verhuurde De Vries de slagerij aan T. Kronenburg en halverwege de jaren '70 begon Piet Splinter er Het Vleescentrum. Vijf jaar later kocht Willem Steenvoorden het pand en werd het een tijdje gebruikt voor de verkoop van tweedehands kleding onder de naam 'Gi-Gi'. Het was er prettig wonen, maar toen er een groot parkeerterrein aan de Neckerstraat kwam, werd het woongenot minder.

Veel parkeerders die vlak langs het woonkamerraam liepen, gluurden toch even bij het leuke huisje naar binnen. Anderen, met minder goede bedoelingen, probeerden zelfs binnen te komen. Alles moest op slot en de privacy was weg. Steenvoorden hield het voor gezien en verhuisde naar Friesland. Veel zaken, zoals het schoolbord, de ijskast, de geldla en de weegschaal zijn behouden gebleven, maar het karakteristieke pand is met de grond gelijkgemaakt.