• Het aantal eikenprocessierupsen is dit jaar flink toegenomen.

    Irene van Valen

Pas op voor de jeukrups

PURMEREND Wie het nieuws een beetje bijhoudt, kan er niet omheen: de eikenprocessierups is er weer. Ook in Purmerend en omstreken. 'Er staan nogal wat eiken in Purmerend. Dit jaar is het aantal rupsen fors toegenomen, net als in de rest van het land. Er zijn nu zo'n 130 nesten in Purmerend, die naar verwachting deze maand worden geruimd', zo laat de gemeente Purmerend weten.

De eikenprocessierups houdt de gemoederen in het land flink bezig. Zo waarschuwt de organisatie van de Nijmeegse Vierdaagse deelnemers om uit te kijken voor de eikenprocessierups. De organisatie raadt aan om benen, armen en hals bedekt te houden, zeker als het droog en winderig weer is. Na contact met de brandharen kunnen namelijk huidklachten ontstaan zoals jeuk, roodheid en pijnlijke bultjes.

VALLEN Gemeenten doen er alles aan om de jeukrups zo goed mogelijk te bestrijden, maar dat is niet altijd eenvoudig. 'Om erachter te komen waar de rups vandaan komt, worden op een aantal locaties feromoonvallen opgehangen. Hierdoor kun je gericht in buitengebieden zoeken naar broedhaarden. Als we die vinden, kunnen we contact opnemen met de eigenaar om te kijken of deze de haarden wil verwijderen', aldus een woordvoerder van de gemeente Purmerend.

BRANDHAREN Wat is nu de oplossing voor het groeiende probleem van de eikenprocessierups? 'We komen er niet vanaf', zegt Arnold van Vliet, voorzitter van het Kenniscentrum Eikenprocessierups en bioloog bij Wageningen University. 'Het worden er alleen maar meer. Ook de dennenprocessierups komt eraan. Dit insect heeft nog meer brandharen dan de eikenvariant: een miljoen brandharen tegenover de 700.000 van de eikenrups. De dennenprocessierups bevindt zich nu in de Ardennen maar rukt, net als de eikenprocessierups, steeds verder op naar het noorden.'

KLIMAATVERANDERING Het heeft alles te maken met de klimaatverandering, legt hij uit. 'Het wordt steeds warmer en er zijn steeds minder natuurlijke vijanden om de rups te bestrijden.' Insecten als bijvoorbeeld kevers, sluipvliegen en sluipwespen hebben de rups op hun menu staan, net als koolmezen. 'De afgelopen veertig jaar is zeventig procent van de insectenpopulatie verdwenen. Dat betekent dat de rupsen op zoek naar ander voedsel moeten, bijvoorbeeld de bladeren van de eikenboom.'

De oplossing voor het probleem, volgens Van Vliet: bomeneigenaren – dus gemeenten en provincies – zouden het hele jaar rond moeten bezig zijn met de bestrijding. En niet alleen op het moment dat de rupsen er al zijn, of vlak daarvoor. 'Breng in het najaar de hotspots – plekken waar de rups naartoe trekt – in kaart. Let daarbij vooral op plaatsen waar mensen zich verzamelen: campings, festivalterreinen, kinderopvanglocaties, enzovoort. En ga in het voorjaar preventief bestrijden.' Dit klinkt eenvoudig, maar dat is het niet, waarschuwt Van Vliet. 'Er zijn verschillende preventiemethoden en je moet rekening houden met de weersomstandigheden. Het vergt aandacht om zo'n middel met succes in te zetten. Het moet op de juiste manier en op het juiste moment.'

Behalve preventie ziet Van Vliet ook nut in het 'stimuleren van natuurlijke vijanden'. Van Vliet bepleit een landelijke aanpak van de eikenprocessierups. 'Er wordt nu, met alle respect, veel geknutseld, door allerlei afzonderlijke instanties. Vaak wordt er gespoten op verkeerde momenten, met natuurschade als gevolg. Het is belangrijk om gezamenlijk energie te steken in het kaart brengen van het probleem en de aanpak nationaal af te stemmen. Maar ook dat is niet zo makkelijk. Want de eigenaren van bomen zijn gemeenten en provincies, dus wie heeft de eindverantwoordelijkheid?'