• 9 januari 1830. Koopvaardijschepen in de Kom bij de ‘Groote Sluis’ in Purmerend.

    Piet Jonker

Doorijzing in Purmerend

PURMEREND Ouderwetse winters met schaatsers en arresleden op het Noordhollandsch Kanaal en de Weere waren een ramp voor het vervoer over water. In de tijd van zeilschepen, toen het nog lastig was om door het ijs te komen, bedacht men een simpele oplossing: gewoon een vaargeul zagen.

Piet Jonker

In december 1829, een paar jaar na de opening van het Groot Noord-Hollandsch Kanaal, lag er in december vijfentwintig centimeter ijs in het kanaal, waardoor schepen in Amsterdam moesten wachten. Nieuwe Diep was onbereikbaar. Dat kostte reders veel geld en in januari 1830 gaven ze opdracht om een vaargeul te zagen van Amsterdam naar Den Helder. Het zagen en 'wegslooten' van het ijs werd gedaan door zeshonderd man en kostte maar liefst twintigduizend gulden.

SALUUTSCHOTEN Slimme kaashandelaren uit Purmerend stuurden paard-en-wagens met kazen richting Buiksloot en terwijl de schepen langzaam werden voortgetrokken, werd de kaas met bestemming Bordeaux, tussen schaatsers en arresleden door overgeladen in het schip Twee Gebroeders van reders Van de Stadt. Kapitein Klein hoefde daardoor niet meer te laden bij de kaaspakhuizen aan de Kanaalkade in Purmerend en kon op 9 januari, toen de acht schepen Purmerend passeerden, meevaren met het konvooi. Twee weken later kwamen de schepen aan in Nieuwe Diep en vanaf Texel werd de reis voortgezet via de Noordzee. Dichter C. Loots schreef een 'zeer schoon vers' over de doorijzing en toen de Engelsen, die anders niet zo'n hoge pet op hadden van Nederlandse ondernemingen, hoorden van het huzarenstukje, werden de schepen bij het passeren van de Engelse kust begroet met saluutschoten.

DYNAMIET Toen in Bordeaux via kapitein Klein het verhaal bekend werd, kreeg Purmerend ook in Frankrijk alle lof voor deze spectaculaire onderneming. Het was een groot succes, want toen het eerste doorgeijsde schip terugkwam van de reis, lagen in Amsterdam nog schepen te wachten om uit te varen. De winters werden zachter en de schepen sterker, maar soms moest er een vaargeul worden gemaakt. Zagen kostte echter teveel geld en duurde te lang, dus gebruikte men dynamiet. Gewoon opblazen. Later kwamen de ijsbrekers die met een grote ijzeren schotel voor de boeg het ijs braken.

SNERT Tijdens strenge winters vroor het kanaal nog wel eens dicht en was het ijs stevig genoeg voor schaatsers, arresleden en Barend Cruijff met een schaatsende beer. Buurtvereniging De Hazepolder organiseerde dan schaats- en priksleewedstrijden op de Kom. De brandweer spoot 's nachts water op het ijs voor een mooie gladde baan en Kanaaldijkbewoner Dirk Pranger zorgde voor verlichting en muziek.

Een waar feest met Oudhollandse koek en zopie (van Bep en Jopie), waar grote pannen snert en chocolademelk stonden te pruttelen. Ook deelnemers aan langskomende schaatstochten namen hier even pauze voor een warme versnapering. De prijsuitreiking werd gedaan door Ome Jan 'Stoet' Bakker.