• Jos Lutz

Klein Almere

Gelutz in de Ruimte

Als docent, vader, ondernemer en betrokken Purmerender verwondert Jos Lutz zich regelmatig. Elke twee weken deelt hij zijn gedachten in de column 'Gelutz in de Ruimte'.

We wonen nu zo'n 30 jaar op een schip, waarvan de eerste 25 'gedoogd'. Vanwege mijn belangstelling voor historische schepen heb ik al heel wat kanalen en haventjes bezocht waar mensen op het water wonen. Sommige plekken zou je 'rommelig' kunnen noemen, andere erg aangeharkt. Die begrippen zijn natuurlijk heel relatief, over smaak valt niet te twisten. Wel ontdekte ik een trend: als een plek volgens de overheid illegaal is en er opjaag- / uitsterfbeleid is zie je de schepen achteruit gaan en krijg je de rommel die ze juist willen bestrijden. Maar als een situatie goed geregeld wordt, gaan de bewoners juist beter voor hun omgeving zorgen en knapt het op. En stijgt de waarde. Zijkanaal C bij Spaarndam was decennia lang een vrijplaats voor een allegaartje van bewoners op allerlei drijvende objecten. Toen de Provincie uiteindelijk besloot de situatie te reguleren en legaliseren kocht een lokale ondernemer zoveel mogelijk scheepjes op, voerde ze af en sloopte ze. Vervolgens legde hij er een nieuwe ark neer, compleet met tuin en schuttingen, en verkocht die met veel winst. De oorspronkelijk bewoners sputterden nog wat tegen, maar veel bezweken voor het bod van de opkoper. Ik kan me herinneren dat we een keer een wijkschouw hielden in de tijd dat ik in de gemeenteraad zat en duidelijk het verschil in onderhoud tussen de huurwoningen en koopwoningen zagen. Groene aanslag, rommel in de tuin. En als je een tweedehands busje zoekt, heb je er liever niet een die van een verhuurbedrijf is geweest. Als het niet echt van jou is, zorg je er toch minder goed voor. Beetje zoals de aarde.
Op de onverwacht mooie zondag laatst kwam de grasmaaier tevoorschijn. Alle buren staken elkaar aan en braaf werd de berm langs de dijk gemaaid en geharkt. Ik noemde ons dijkje gekscherend 'Klein Almere'. Sinds we gelegaliseerd zijn, begint het buurtje langzaam te veranderen. Veelal dezelfde bewoners, maar toch. Waar we eerst dapper weerstand boden aan de maaimonsters van het waterschap staan we nu zelf te maaien en te harken op onze vrije dag. Ik heb geen therapeut, maar als ik die had, zou hij me er vast op wijzen dat ik me er zo over opwind omdat ik probeer vast te houden aan mijn rebellen imago. Als laatste daad van verzet heb ik in onze buurtapp (jawel) een bericht gedeeld dat te vaak maaien slecht is voor de natuur. Minder maaien, meer dieren. We hebben nog geen tuinen vol zwarte grafstenen zoals de Purmer-Zuid, maar ik waarschuw alvast. In een beetje wildernis voel ik me toch meer thuis, net als alle andere beestjes.